Altijd te laat

MARIANNE NOTSCHAELE-DEN BOER
“Altijd te laat” (1993)

Igor (27) heeft een afspraak gemaakt voor een sessie. Als ik de deur open zegt hij: “Goed hè, ik ben precies op tijd, normaal ben ik altijd te laat”. Igor vindt het vervelend dat hij bijna altijd te laat op afspraken verschijnt. Hij kan slecht uit bed komen, komt daardoor te laat en denkt “ik heb het weer voor elkaar”. Hij wordt dan een beetje boos en voelt zich lichamelijk slapjes, met een drukkend gevoel in zijn hoofd. Hij begint het nu toch wel vervelend te vinden dat anderen zich aan zijn te laat komen ergeren; ze vin-  den hem daardoor niet meer zo aardig. Vervolgens, als het moment van te laat komen voorbij is, voelt hij zich opgelucht, vooral in zijn buik, en denkt “het is voorbij”. Ook in zijn hobby, muziek maken, is zijn timing met spelen vaak “net iets te laat”. Op school blijkt hij vroeger Kampioen Te Laat Komen te zijn geweest.

Gezien de somatics leg ik in het kort uit hoe we binnen reïncarnatietherapie gebruik maken van o.a. kussens en dekens om baarmoeders en geboortekanalen te simuleren en vraag hem of hij iets weet van zijn geboorte? Is hij misschien te laat geboren? Nee, van zijn geboorte weet hij niets, behalve dat hij om één uur ’s nachts ter wereld kwam. Hij vraagt wat dit te maken heeft met reïncarnatietherapie? De oplossing voor het probleem is toch in vorige levens te vinden? Ik leg hem in het kort nogmaals het Holografisch Model uit, met zijn nadruk op de samenhang van ervaringen in verschillende tijd/ruimte-gebieden.

Als doel voor de sessie spreken we af: bereiken dat Igor voortaan op tijd komt op zijn afspraken en dat hij makkelijker uit bed kan komen.

Het eerste wat Igor doet als hij op het matras gaat liggen is zijn broekriem losmaken (Toch een geboortesessie? denk ik nog voor ik begin). Uit voorzorg leg ik mijn ‘geboorte-hulp-kussens’ binnen handbereik.

Ik laat hem herhalen “Ik heb het weer voor elkaar”, het ‘balengevoel’ (een beetje angst) wordt sterker, evenals de spanning in zijn buik. Zijn benen voelen slap aan. Igor komt terecht in zijn jeugd: hij is 3 jaar en bevindt zich aan het voeteind van het bed van zijn ouders die aan het vrijen zijn. Hij is bang, voelt spanning in zijn buik en benen en hoort zijn moeder zeggen” Je hebt het weer voor elkaar, je hebt in je broek geplast”. Moeder komt uit bed om Igor te verzorgen.
Met deze gevoelens gaan we verder terug in de tijd, waaruit zich (nu in chronologische volgorde) het volgende ontspint.

Het conceptiemoment
Moeder zegt blij: “Het is vast gelukt, het wordt een jongetje”. Vader: “Hopelijk is het niet te laat“, doelend op de tijd van de bevruchting en het moment van de eisprong. Moeder reageert met een rustig “Het zal wel goed komen“.
Moment van vermoeden van de zwangerschap
Vader vraagt belangstellend: “Is er iets?” Moeder antwoordt blij “Ik ben te laat” en strijkt liefdevol over haar buik. Ze is te laat met haar menstruatie en is zwanger.
Tijdens de zwangerschap
Het gezin eet aan tafel. Vader komt te laat binnen en zegt “Ik heb het weer voor elkaar” (om te laat te komen met het eten). Moeder zegt: “Dat geeft niks, ik ben blij dat je er bent“.
De geboorte (1 uur ’s nachts)
De dokter roept enthousiast en blij: “Hij komt eraan, daar is-ie, ’t is een jongen, ’t is een latertje!”. De baby voelt dit via de buik; de navelstreng kronkelt en voelt warm aan. De baby wordt op de buik van de moeder gelegd.
Moeder: “Het is een jongetje”. Ze is blij, lacht, heeft een leeg gevoel in haar buik en denkt” Het is voorbij”.
Vader kust haar en zegt: “Je hebt het voor elkaar, had je geen angst?”. Moeder antwoordt: “Nee, maar hij is wel laat“. Vader bevestigt lachend: “Ja, inderdaad”.
Igor koppelt vervolgens aan elkaar: “Als ik (te) laat ben, vinden anderen mij aardig“.

Volleerde kraamhulp
Na de moeder-, vader- en dokter-‘tapes’ te hebben losgemaakt, worstel ik enthousiast met behulp van alle kussens die ik heb, de baby -door middel van nagebootste weeën in de baarmoeder- via het geboortekanaal naar buiten en leg als een volleerde kraamhulp de baby op zijn buikje op ‘de moeder’ (het matras). Na het omdraaien van de baby, het ‘doorknippen’ van de navelstreng en het testen van de grijpreflex ligt Igor als een echte baby (schattig met lange armen en benen in de lucht) te kirren en ademt op eigen kracht zelfstandig door om zich echt helemaal los te maken van (de woorden van) vader, moeder en dokter.

Igor maakt bij het doorademen naar het hier en nu nog contact met een situatie waar hij voor het eerst op eigen benen staat. Hij waggelt als kleine uk op zijn beentjes wanneer moeder tegen vader zegt: “Je bent te laat (thuis)“. Vader bromt een antwoord en pakt de kleine Igor op (die naar hem toe kruipt) met een “dag, lieverd“.

Op eigen kracht doorademend geeft Igor de zinnen van vader, moeder en dokter terug aan de rechtmatige eigenaars, en daarmee ook de emotioneel-fysieke ladingen, voor zover die nog niet geheel tijdens de sessie waren losgekoppeld. Hij komt dan tot de volgende conclusies:

  • Ik hoef niet elke dag te laat geboren te worden (uit bed komen).
  • Ik ben best aardig, daarvoor hoef ik niet te laat te komen.
  • Ik kom voortaan op tijd, voel me goed, blij, in mijn buik.

Toekomstverkenning
Aangezien het een vlotte geboorte was heb ik nog tijd voor een future-pace (toekomstverkenning): kijken of het Igor lukt om bij zijn volgende afspraak op tijd te komen? En jawel, hij wordt zelfs te vroeg wakker, vertrekt tijdig en is keurig op tijd voor zijn afspraak. Igor stelt tevreden vast: “Ik kom op tijd want ze vinden me toch wel aardig.”

Zijn reactie na afloop: “Wauw, dit was leuker dan een vorig leven! Ik wist niet dat er zoveel in de geboorte zat.”